Divergeer Juist-Onjuistvragen vervolg

Neem onderstaande tips in gedachten bij het ontwikkelen van Juist/Onjuistvragen.

Ontwerp eerst een juiste stelling.
Dit kan een tekstregel zijn, maar ook een tekening, foto of diagram. Parafraseer in ieder geval zodat er niet op basis van tekstherkenning uit het tekstboek het juiste oordeel over de stelling bepaald kan worden.
Ontwerp dan onjuiste stellingen.
Neem als basis voor de onjuiste stellingen bijvoorbeeld onderstaande in gedachten.

  • misconcepties
  • analogiën
  • veel gemaakte fouten
  • implicaties of beschrijvingen van andere (enigszins gerelateerde) domeinen, feiten, principes, procedures of theorieën
  • foute conclusies
  • te weinig bewijs
Laat de stellingen extra goed discrimineren.
Ebel (1972) geeft hiervoor een aantal aanwijzingen. Kijk ook bij het verhaal van Russel A. Dewey die hiervoor tips heeft.

  • Gebruik meer onjuiste dan juiste stellingen in een toets.
  • Formuleer een stelling zodanig dat oppervlakkige logica een onjuiste stelling suggereert.
  • Zorg dat een onjuiste stelling een populaire misconceptie of overtuiging weergeeft die niet-relevant is voor de vraag.
  • Gebruik absolute bijwoorden (altijd, nooit) of vage bijwoorden (soms, vaak, sommmige, bepaalde) om de ‘test-wise’ student de wind uit de zeilen te nemen.
  • Gebruik bewoordingen in een onjuiste stelling die ze ‘een zweem van waarheid’ geven.